
Zondag naar de tentoonstelling SIXTIES! in het
Gemeentemuseum Den Haag. De toon werd buiten al gezet toen twee zestigers hun originele
Puch-bromfietsen voor de deur parkeerden. Binnen schat ik de bezoekers evenzo van de generatie die het allemaal echt heeft meegemaakt.
Zelf ben ik iets te jong om het míjn tijd te noemen, en toen ik in 1968 tien jaar oud was verhuisde ons gezin met de
Fiat 500 Giardiniera naar het rustige Brabant, waar het gewoel nog slechts via
Radio Veronica tot ons kwam. Toch zijn er veel momenten van herkenning. Ik zag de jurken van mijn moeder, en het jersey colbert-jasjes met ronde hals van
Pierre Cardin dat ik in 1966 kreeg en die ook de Beatles droegen.

Overal klonken, in rechtentechnisch opgeknipte soundbites, de overbekende songs. In veel kleine filmzaaltjes werden polygoon- en journaalfragmenten getoond. En natuurlijk de kunstwerken,
Armando,
Daan van Golden,
Donald Judd, Schoonhoven,
Warhol en veel meer, veelal uit de collectie van het museum zelf fraai tentoongesteld.
Drie oranje
Panton-stoelen (1967), uit één stuk gegoten van Luran-S van Bayer AG, kocht ik in 1977 tweedehands voor 50 gulden. Doordat de weekmaker onder invloed van uv-licht uit het plastic verdwijnt wordt het bros en ontstaan er scheurtjes. De stoelen braken in de loop der jaren langzaam af. Tegenwoordig worden ze (iets logger) van polypropyleen gemaakt.
Die aftakeling is een groot probleem dat restauratoren en conservatoren van kunstwerken uit 'moderne' materialen kopzorgen baart. Het lichtniveau in de zalen vond ik, na alle
verontrustende berichten hierover in de pers, verrassend gedempt.