10 apr. 2007

scherp

This fellow is wise enough to play the fool,
And to do that well craves a kind of wit.
He must observe their mood on whom he jests,
The quality of persons, and the time;
And like the haggard, check at every feather
That comes before his eye. This is a practice
As full of labor as a wise man's art;
For folly that he wisely shows is fit,
But wise men, folly-fall'n, quite taint their wit.

(William Shakespeare, 1600, Twelfth Night III.i.67; Viola)


Die knaap is slim genoeg voor nar te spelen,
Dat goed te doen, vraagt toch om iets verstand;
Want wat zijn slachtoffers bezielt, hun rang,
Hun tijd - moet hij scherp in de gaten houden,
En als een havik duiken op elk veertje
Dat hem voor ogen komt. Een bezigheid,
Niet minder moeizaam dan de ernst der wijzen:
Want dwaasheid wérkt, mits men er wijs mee omspringt;
Maar wijzen die de dwaas uithangen falen.

(Vertaling Bert Voeten, 1991, Driekoningen)

Geen opmerkingen: