19 mrt. 2007

lekkerder

Parkeren wordt door veel automobilisten als een groot probleem gezien. En dan doel ik niet op het onhandige gemanoeuvreer met de steeds dikker wordende boliden waarmee dat vaak gepaard gaat. Het gaat om het plaatsje voor de deur waar het troetelkind, als het dan niet mee naar bed kan, toch in oogcontact met de eigenaar wil blijven. Het huishouden bezit minstens twee vehikels en als de kinderen groter zijn komen daar nog zo wat bij, mobiliteit schijnt een private aangelegenheid te zijn. Maar schijn bedriegt want allen eisen ze hun stukje openbare ruimte op. Dat de straat die een eeuw geleden op de tekentafel nog ruim bemeten was, en nu, hoewel er minder (en kleinere) huishoudens wonen, te klein zou zijn voor een potje voetbal of touwtje springen is een chotspe.


Het is toch wonderlijk dat men voor het beoefenen van een particuliere hobby de gemeenschappelijke ruimte opeist, en voor die claim géén vergoeding in de vorm van parkeergeld zou willen betalen. Men zou raar staan te kijken wanneer de buurman de tot nut van het algemeen aangelegde rijbaan als groentetuin ging inrichten, wanneer het zebrapad tot oefenplek voor een aanstormend Fabuleus muzikaal Viertal diende, een rotonde transformeerde tot wielerbaan, of kleinvee gehouden werd op het kruispunt.
Maar de aanbeden Heilige Koe wordt alle ruimte gegund. Zelfs als ze kreupel is, lek of nog lekker, en al geen maanden van haar plaats komt.

Geen opmerkingen: